Vier feiten en drie fabels over aangeboren hartafwijkingen

  • Feit Het aantal kinderen met een aangeboren hartafwijking dat de volwassen leeftijd bereikt neemt toe. Door verbeterde medische behandeling bereikt 90% van de kinderen met een aangeboren hartafwijking nu de volwassen leeftijd. Er zijn dus steeds meer volwassenen met een aangeboren hartafwijking. Zestig jaar geleden was dit maar ongeveer 20%.
  • Feit Ongeveer 60% van de patiënten met een aangeboren hartafwijking heeft een ‘shunt’: een abnormale verbinding tussen twee delen van het hart waar bloed doorheen kan stromen.
  • Feit Alle patiënten met een aangeboren hartafwijking moeten onder controle blijven bij de behandelend arts. Hoe vaak, dát hangt af van de conditie van je hart.
  • Feit Een zwangerschap kan voor vrouwen met een al dan niet behandelde aangeboren hartafwijking vervelende gevolgen hebben. De kans op trombose is bijvoorbeeld groter. Raadpleeg je cardioloog voor de mogelijke risico’s in jouw situatie.
  • Fabel Kinderen met een aangeboren hartafwijking kunnen niet naar een gewone school. Onjuist. Pas bij ernstigere vormen kan het verstandig zijn om voor speciaal onderwijs te kiezen. Bijvoorbeeld als het kind een grote achterstand heeft vergeleken met leeftijdsgenootjes.
  • Fabel Een kind met een aangeboren hartafwijking kan geen buitenschoolse activiteiten of sporten ondernemen. Onjuist. Het is zo dat het kind in de meeste gevallen gewoon mee kan doen. Overleg als je twijfelt altijd met de kindercardioloog.
  • Fabel Ouders moeten kinderen met een aangeboren hartafwijking extra beschermen en ontzien. Onjuist. Hoe ‘normaler’ de opvoeding, hoe beter. Kinderen spelen, ravotten en vallen nu eenmaal. Een kind blijft een kind, ook met een aangeboren hartafwijking.